Niet op klikken

“Dat heb ik toch al laten zien?” Elmar keek ongeduldig naar Lieselotte, die onbeholpen met de computermuis over het beeldscherm zwierde. Hij schudde zijn hoofd en greep de muis.

“Als je het internet op wilt moet je HIER op drukken.”

Hij plaatste het pijltje van de muis op het icoontje van Google Chrome en drukte er op met een zucht.

Lieselotte slaakte een kreetje van verrukking toen de beginpagina van Google op het scherm verscheen. “Allemensen…Wij zitten op het internet.”

“Ja,” sprak Elmar met een geleerde stem. “Wij zijn inderdaad Online. Dat hebben wij toch maar mooi voor elkaar op onze leeftijd.”

Elmar was zojuist de 85 gepasseerd en had van kleinzoon Peter een tweedehands computer gekregen. Peter wist alles van het internet, bouwde websites en had zijn eigen SEO bedrijfje en had een mooi computertje voor Opa op de kop kunnen tikken. Na de nodige zweetdruppels was Elmar inmiddels zo ver gevorderd, dat hij zelf een e-mailtje kon schrijven, wist wat een zoekmachine was en zonder begeleiding van Peter het internet kon afschuimen. En dat konden de meeste bewoners van bejaardenhuis ‘de Rode Loper’ hem niet nadoen.

Elmar was dan ook in aanzien gegroeid bij de andere bewoners en hij en de computer waren tijdens de koffie het onderwerp van gesprek.

“Heb je het al gehoord?”
“Wat?”
“Elmar heeft een computer!”
“Je meent het?”

“Elmar kan alles. Hij gebruikt wel vijf verschillende zoekmachines bij het internetten.”

“Wat? Heeft Elmar nieuwe visnetten?”

En zo kwam het dat de nieuwe technologie ook zijn intrede deed bij de bewoners van ‘de Rode Loper’, en werd Elmar onvrijwillig gebombardeerd tot computer-analist voor de bejaarden aldaar.

Zijn eerste, en naar zou blijken ook zijn laatste project, was Lieselotte.

Lieselotte, een stram oud dametje van 93, alom bewonderd om haar levenslust, wilde wel eens meer weten over die wonderlijke wereld van het internet, en klopte op zekere dag bij Elmar op de deur.

“Hallo Lieselotte,” zei Elmar verheugd toen hij haar zag staan en maakte een uitnodigend gebaar met zijn arm.

“Dag Elmar. Mag ik les? Ik wil ook op het internet.”

“Elmar glimlachte, perste zijn lippen even samen en sprak: “Dat is heel, heel moeilijk, Lieselotte. Maar ik wil het je wel leren.”

En zo kwam het dat Lieselotte iedere woensdag les kwam nemen en Elmar haar de geheimen van Google probeerde uit te leggen.

Na een week of twee vond Elmar dat het tijd was voor Lieselotte om te gaan surfen.

“Waar wil je heen?” zei Elmar met de bravoure van een reisleider. “Alles kan hier. Wil je foto’s van Afrika zien? Of iets leren over line-dansen? Of de kamerdebatten misschien?”
“Nee,” zei Lieselotte met een vies gezicht. “Geen kamerdebatten. De politiek kan me gestolen worden. Afrika lijkt me wel wat.”

“Goed,” zei Elmar. “Dan moet je hier ‘Afrika” in de zoekmachine van Google typen en dan kun je kiezen wat je wilt zien. Je kunt overal op klikken. Ik ga even koffie zetten.” Elmar greep met stramme handen naar zijn wandelstok en vertrok tevreden naar de keuken. Hij had er plezier in.

Het was een tijdje stil, maar opeens begon Lieselotte te giechelen.

“Hoera, ik heb een prijs gewonnen!”
“Wat zeg je?” riep Elmar terug vanuit de keuken.

“Ik heb een prijs gewonnen. Er staat opeens op het scherm :

             U bent de tienduizendste bezoeker. Dit is geen grap. U heeft een prijs gewonnen.

“Een prijs?” Elmar schudde zijn hoofd, terwijl hij de koffie inschonk. “Dat is onzin. Niet op klikken. Dan krijg je een virus.”

“Wat zeg je, Elmar?”

“NIET OP DRUKKEN,” schreeuwde Elmar boven het geluid van de koffiemachine uit. “Virusgevaar!”

Lieselotte haalde haar schouders op. “Virusgevaar? Onzin. Ik heb net de griepprik gehad.” En met haar reumatische duim klikte ze met de muis zo hard ze kon op het icoontje van de prijs.

Toen Elmar een paar minuten later terugkwam met de koffie keek hij verbaasd naar het scherm.

“Waar ben jij nou mee bezig? Dat is Afrika helemaal niet.”
Lieselotte zwaaide opgewonden met haar armen. “Elmar, ik zit in het Casino. Veel opwindender dan de Zebra’s van de Zambezi.”
Elmar kneep zijn ogen samen. “Hoe kom je daar nou terecht?”

“Ik had toch een prijs gewonnen? Ik ben niet bang voor een virus, dus ik wilde weten wat ik gewonnen had. Ik kreeg twee gratis munten voor het Online Casino…”

Lieselotte keek gelaten naar het scherm. “Ik ben ze al kwijt.” Maar toen lichtten haar ogen even op en zei ze enthousiast: “Maar we kunnen hier goed geld verdienen Elmar.” Ze likte haar lippen. “Moet je eens kijken…”

Overal flikkerden er lichtjes en verschenen er aanmoedigingen om mee te spelen. “Allemensen.”

“Kom op Elmar,” kraaide Lieselotte opgewonden. “Wij gaan eens een gokje wagen. Haal je bankkaart.”

“Maar dat kost geld!” zei Elmar onzeker.

“Vooruit, Elmar. Wie weet hoe lang we nog leven. Of weet je niet hoe je moet betalen via het internet?”

“Tuurlijk wel,” snoof Elmar.

“Dan gaan we er voor,” hijgde Lieselotte. “We zullen dat Casino eens laten zien wat twee oudjes kunnen.”

***

Toen kleinzoon Peter twee weken later bij Opa op bezoek kwam zag hij meteen dat de computer weg was.

“Waar is de computer, Opa?”

“Weg,” antwoordde Elmar mat.

“Wat bedoel je…weg?”

“Gewoon. Weg. Jochem, de klusjesman van de Rode Loper heeft hem voor me verkocht op Marktplaats.”

Peter zakte vol ongeloof in een stoel.
“Maar Opa, dat was een gift van mij aan jou. Om nog wat leuks te doen op je oude dag.”

Opa rochelde en sprak toonloos. “Ik had geld nodig. Voor een nieuwe rollator.”
Peter begreep er niets van.
“Je had toch geld voor een nieuwe rollator?”
Opa knikte triest. “Heb ik vergokt.”
“Wat?” Peter maakte zijn bovenste knoopje los om wat beter te kunnen ademen.

“Lieselotte en ik zijn via de zoekmachine van Google in het Casino beland. Nou ja, en toen…toen was het hek van de dam.”

Peter knipperde met zijn ogen en beet op zijn lip.

Toen verscheen er een glimlach op het gezicht van Opa en zei hij: “Maar eind goed, al goed, Peter. Moet je mijn nieuwe rollator eens zien. Dat is pas een rollator; echt een juweeltje!”